Er zijn mensen, zoals ik (schreef hij bescheiden), academici, auteurs, managementgoeroes, trainers en coaches, en de media, die heel goede ideeën hebben over hoe de wereld eruit zou moeten zien. Zij hebben de werkelijk innovatieve ideeën. De ideeën die als ze geïmplementeerd werden ook waarachtige veranderingen zouden kunnen bewerkstelligen. Althans in theorie.
En dan zijn er de mensen van de praktijk. De business leaders, de CEO's, maar ook de politici, nationaal en internationaal. Dat zijn de mensen die de touwtjes in handen hebben. Zij zijn het, die een doorslaggevende rol hebben in het vormgeven van de wereld zoals die is, althans, zo lijkt het. Zo lijkt het, want zij zelf beweren dat ze veel minder macht hebben dan het lijkt. Dat zij zich voortdurend moeten bewegen in een complex web van belangen en beslissingen. Zij krijgen niets voor niets, hebben niet de vrijheid fouten te maken, zonder daarvoor een grote prijs te betalen.
Uiteindelijk beweren wij, de theoretici, dat wil zeggen 99,9% van alle deelnemers aan de maatschappelijke discussie, dat wij het weten. Het lijkt allemaal zo eenvoudig vanaf een afstandje. Het maakt ons boos. dat ZIJ niks doen, dat er geen verandering komt in onze organisatie, in ons politieke bestel, de economische crisis, de Eurocrisis, de milieucrisis, de toestand in Syrië.
Maar de realiteit is, dat wij alleen antwoorden hebben omdat we er niet in zitten. We worden niet geconfronteerd met de volheid van de problemen, de complexiteit ervan. Zij, de leiders, wel. Zij kunnen zich niet permitteren te oversimplificeren, want zij krijgen de rekening gepresenteerd als zij dat wel doen.
Toch zijn er veel mensen (zeg 10% van die 99,9%) die van de zijlijn heel verstandige dingen zeggen. Ik word blij van mensen als Paul Verhaeghe, die met zijn boek Identiteit zijn academische kennis gebruikt om een visie te formuleren die mens en maatschappij verder kan helpen. De universiteiten gaan zich weer meer met de echte wereld bemoeien. Dat hoop ik althans van harte.
Een gevleugelde uitspraak van hen die met de voeten in de klei staan is, dat je alleen iets mag zeggen als je ook echt wat doet, en dat de beste stuurlui aan wal staan. Zo ontstaat er nooit een mooie dialoog tussen de theoretici en de practici. Dat is erg jammer. Wanneer die dialoog er wel was, zouden beide partijen veel meer kunnen bijdragen aan de opbouw van een nieuwe maatschappij. En dat is nodig.
Weg van de eenvoud
Over persoonlijke ontwikkeling als basis voor duurzame en menswaardige organisaties
donderdag 4 april 2013
zondag 24 maart 2013
Worstelen met 'de blauwe plek' - over het belang van een kwetsbare opstelling

Iedereen worstelt met iets. Het kan zijn de angst verlaten te worden, fouten te maken, er niet bij te horen, de aandacht op je te richten, en zo verder. We worstelen niet alleen met de dingen in de buitenwereld, maar ook met iets in onszelf. In mijn boek Weg van de eenvoud noem ik dat de blauwe plek, omdat dat 'iets' waar je mee worstelt met een oude pijn te maken heeft. Een pijnlijk gegeven uit het begin van je leven, toen je nog kwetsbaar was. Zo kan een afwezige ouder je de angst hebben gegeven om verlaten te worden, of kan een opvoeding waar liefde altijd gekoppeld werd aan je prestaties je de angst hebben gegeven 'niet goed genoeg' te zijn. Ook als je volwassen wordt, blijft de gevoeligheid daarvoor bestaan. Die gevoeligheid is als een blauwe plek, waarin de verwonding van eerder je gevoelig maakt in het nu.
De term blauwe plek geeft de indruk dat het slechts een pijntje is, maar het is meer, veel meer. De blauwe plek voelt onbewust zó groot, dat wij er ogenschijnlijk alles voor over hebben die plek niet te hoeven voelen. De blauwe plek zorgt ervoor dat je steeds weer omtrekkende bewegingen maakt, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat je nooit fouten maakt, want als je geen fouten maakt voel je de oude pijn van de afwijzing niet.
In de loop van ons leven verfijnen we het gedragsrepertoire dat ons moet helpen om de blauwe plek te ontwijken. Als fouten maken je angst is, dan word je een perfectionist, iemand die op de details let, die alles onder controle houdt. Maar, hoe bedreven we ook raken in ons gedragsrepertoire, het kan het gevoel van kwetsbaarheid niet werkelijk verhelpen. Zo voelt de perfectionist zich voortdurend kwetsbaar, want hij weet dat iedere fout hem diep zal raken, precies waar het pijn doet. Zo blijft hij gevangen in perfectionisme en controledrang. Het is een vicieuze cirkel.
In de loop van ons leven verfijnen we het gedragsrepertoire dat ons moet helpen om de blauwe plek te ontwijken. Als fouten maken je angst is, dan word je een perfectionist, iemand die op de details let, die alles onder controle houdt. Maar, hoe bedreven we ook raken in ons gedragsrepertoire, het kan het gevoel van kwetsbaarheid niet werkelijk verhelpen. Zo voelt de perfectionist zich voortdurend kwetsbaar, want hij weet dat iedere fout hem diep zal raken, precies waar het pijn doet. Zo blijft hij gevangen in perfectionisme en controledrang. Het is een vicieuze cirkel.
Wat te doen? Hoe kunnen we ons minder kwetsbaar voelen? De oplossing is eigenlijk heel eenvoudig: de perfectionist dient zich af te vragen wat hij ontwijkt in zijn perfectionisme en controledrang. Als hij dat doet, in alle eerlijkheid, dan zal hij ontdekken dat hij een gevoel ontwijkt dat gevoeld wil worden, een gevoel waar hij hoe dan ook naar toe moet, is het niet vandaag, dan een andere dag. Hij moet ernaar toe, steeds weer, om te leren dat het niet meer 'waar' is. Dat hij een angst voelt die hoort bij een situatie die nu niet meer speelt.
Dat is de 'echte waarheid', die zegt dat je niet zo kwetsbaar bent als je je voelt. Die ontdekking geeft hernieuwde kracht, omdat deze de illusie van kwetsbaarheid ontmaskert. Daarom wordt vaak gezegd, dat een kwetsbare opstelling je krachtig maakt.
Dat is de 'echte waarheid', die zegt dat je niet zo kwetsbaar bent als je je voelt. Die ontdekking geeft hernieuwde kracht, omdat deze de illusie van kwetsbaarheid ontmaskert. Daarom wordt vaak gezegd, dat een kwetsbare opstelling je krachtig maakt.
Uiteindelijk is het maar een kleine beweging om met al die omtrekkende bewegingen op te houden. Steeds wanneer je voelt dat je iets ontwijkt, wees dan eerlijk tegen jezelf en 'ga ernaar toe'. Dat betekent: breek de omtrekkende beweging af en zet koers naar waar je omheen trekt. Een dergelijke houding naar jezelf vraagt bewustzijn, maar vooral eerlijkheid. Eerlijkheid naar jezelf en anderen. Eerlijkheid begint bij te erkennen hoe oneerlijk je bent. Wij zijn heel vaak oneerlijk tegen onszelf en anderen, zo vaak, dat we onze oneerlijkheid soms met moeite herkennen.
Alleen door je oude blauwe plekken te voelen, kun je langzaamaan gaan voelen dat deze 'oud' zijn. Dan zie je dat je veel krachtiger bent dan je je 'gevangen in het verleden' voelt.
vrijdag 15 maart 2013
Op zoek naar het wonderbaarlijke
Ik ben begonnen in een boek van P.D. Ouspensky: Op zoek naar het wonderbaarlijke - Fragmenten van een onbekende leer. Hierboven een filmfragment dat zowel de inhoud van het boek als de setting waarin het ontstaan is (eerste wereldoorlog, Russische revolutie) heel mooi weergeeft (Ik postte dit fragment eerder, nu ondertiteld). Het is een boek waarin Ouspensky verslag doet van zijn gesprekken met zijn leraar G.I. Gurdjieff. Prachtig en heel toegankelijk. En het roept vragen op.
"People are machines", zegt Gurdjieff. Hij zegt dat we in een slapende toestand leven. Dat wij niet 'doen', maar dat alles wat wij doen 'gebeurt'. Wij doen het niet, want wij zijn niet aanwezig. We slapen, niet op een figuurlijke manier bedoeld, maar heel letterlijk: we zijn er niet terwijl wij doen wat we doen.
Terwijl ik dit op me in laat werken ontdek ik steeds meer over mijn eigen onbewuste toestand. Niet dat ik altijd onbewust ben, maar welk percentage van mijn functioneren doe ik eigenlijk bewust, zelfgestuurd, en welk percentage onbewust, automatisch? In een prachtige passage in het boek vraagt Gurdjieff aan zijn leerlingen in hoeverre zij 'zichzelf herinneren'. Een bijzonder experiment om zelf te doen: in hoeverre ben je aanwezig in wat je doet? Ik ontdek dat ik er meestal niet ben. Ik ben 'daar', opgeslokt in wat ik doe, of 'elders' in mijn gedachten, bezig met wat ik straks nog moet doen, enzovoort. Dát is de machinale toestand waar Gurdjieff over spreekt, want als we 'daar' zijn, dan is er 'hier' niemand om bewuste keuzes te maken.
De 'statement' dat wij niet 'doen', maar dat alles 'gebeurt', was aanvankelijk een lastige voor mij om te accepteren. Wat ben ik dan de hele tijd aan het doen? Zie je dan niet dat ik mijn leven op heel gerichte manier vormgeef? Dat soort verontwaardiging komt in me op. Maar ik moet me er niet te gemakkelijk van af maken. Want Gurdjieff heeft een punt dat ik heel praktisch kan ervaren: ik doe veel op de automatische piloot, en ik weet weinig van de werkelijke motieven van die piloot. En ik ben niet de enige.
De sleutel naar een 'wakker' bestaan zit geloof ik in de aandacht voor het essentiële. Het 'jezelf herinneren' is in mijn geval het herinneren van mijn essentie, van het 'ik ben'. Het voelt extreem belangrijk, ook al bereik ik het maar af en toe. Het gevoel van 'ik ben', van écht aanwezig zijn, in wat ik doe. Die aandacht voor de essentie - zo ontdek ik wederom (!) - wijst de weg naar 'wakker' zijn, en daarmee naar zelf sturen (geen kleinigheid, want het is de basis van alles wat ik vormgeef). Maar ik weet ook dat veel van mijn dagelijkse gedragingen, de woorden die ik uitwissel met anderen, de dagelijkse praatjes en discussies, heel weinig waarheid bevatten. Ze zijn reactief, ze komen uit die slaperige, half aanwezige toestand waarin ik mij steeds terugvind. Ik ben me vagelijk bewust daarvan terwijl ik het doe, maar heb - juist in dat dagelijkse! - nog niet de permanente basis gevonden voor 'wakkerheid'. Alleen als ik me heel bewust ben, aandacht heb voor mijzelf, als ik vertraag en aanwezig ben, ontstaat er ruimte voor de essentie, de waarheid.
En dat is waarvoor ik mij inzet, bij mijzelf en bij anderen, want het reactieve, het machinale, het automatische en het onbewuste, zoals Gurdjieff zegt in het filmfragment, moet noodzakelijkerwijs leiden tot verwarring, conflict, ongelukken, en uiteindelijk tot destructie.
vrijdag 8 maart 2013
Waarom persoonlijke ontwikkeling zo moeilijk beklijft
Wij weten allemaal, dat persoonlijke ontwikkeling moeilijk is. Het is moeilijk om blijvend en werkelijk te veranderen. De vraag is, hoe dat komt? Waarom hebben al onze gedachten en emotionele rollercoasters toch steeds maar een beperkt effect?
Ik geloof, dat we onze ontwikkeling op de verkeerde 'plaats' proberen te bereiken. Uiteindelijk vindt ontwikkeling niet plaats in ons denken of zelfs in ons emotionele leven. Beiden hebben weliswaar een relatie met waar ontwikkeling echt plaatsvindt, maar ze zijn niet de bron van ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat het denken en voelen gevolgen zijn van een ontwikkeling. Denken staat daar het verste vanaf, voelen (als het echt en doorleefd is) dichterbij.
Werkelijke, duurzame ontwikkeling ontstaat door iets los te laten. We herkennen dat, doordat we ons 'lichter' voelen. Er valt een last van ons af. Maar het is niet het hoofd, het denken, en ook niet de emotie die dat 'iets' loslaat. Emoties kunnen niet loslaten, en gedachten ook niet, want ze zijn datgene wat losgelaten moet worden.
We kunnen dus stellen, dat ontwikkeling plaatsvindt op het niveau dat kan loslaten. Het niveau, dat de mogelijkheid heeft, om gedachten en emoties te laten gaan. Wat is het dan, dat onze gedachten en emoties kan loslaten? Ik denk nu dat dit het fysieke is.
Vaak weet ik, in mijn worstelingen rond mijn persoonlijke ontwikkeling, dat ik iets los te laten heb, maar kan ik niet ontdekken wat. Waarom? omdat ik zoek met het hoofd. Ik weet het al met mijn hoofd, maar weet ook dat mijn weten geen soelaas biedt. Ik moet dieper zoeken. En zo beland ik - via mijn emoties - bij mijn lichamelijke sensaties.
Hoe daal ik af in mijn lichaam? Weer een vraag van het hoofd. "How is such a mischievous question", zei J. Krishnamurti eens. Ik weet nu waarom: het geeft de illusie dat het hoofd het antwoord heeft. Dat is niet zo. Het hoofd, de woorden, concepten, ideeën, associaties, en interpretaties die we hebben, zijn niet meer dan een ondertiteling, een 'voice over' bij de film van onze ontwikkeling. Denken dat die ondertiteling het verhaal stuurt of bepaalt is absurd. Maar het is o zo moeilijk om dat idee los te laten, want ons geloof in het woord is sterk. Wat het idee loslaten onmogelijk maakt, is dat we dat veelal proberen via een denkproces, en dan raken we er alleen maar meer in verzeild.
We houden vast aan onze concepten en ideeën omdat ze ons een idee van veiligheid en controle geven, of misschien een idee van vooruitgang, maar in werkelijkheid houden ze ons af van waar het leven zich in feite afspeelt: in de ervaring, in het directe, fysieke, het hier-en-nu. Ik begin daarom te geloven, dat het enige belangrijke is je lichaam te voelen, daarvan gewaar te zijn, niet door erover na te denken, maar door te zijn.
Ik geloof, dat we onze ontwikkeling op de verkeerde 'plaats' proberen te bereiken. Uiteindelijk vindt ontwikkeling niet plaats in ons denken of zelfs in ons emotionele leven. Beiden hebben weliswaar een relatie met waar ontwikkeling echt plaatsvindt, maar ze zijn niet de bron van ontwikkeling. Je zou kunnen zeggen dat het denken en voelen gevolgen zijn van een ontwikkeling. Denken staat daar het verste vanaf, voelen (als het echt en doorleefd is) dichterbij.
Werkelijke, duurzame ontwikkeling ontstaat door iets los te laten. We herkennen dat, doordat we ons 'lichter' voelen. Er valt een last van ons af. Maar het is niet het hoofd, het denken, en ook niet de emotie die dat 'iets' loslaat. Emoties kunnen niet loslaten, en gedachten ook niet, want ze zijn datgene wat losgelaten moet worden.
We kunnen dus stellen, dat ontwikkeling plaatsvindt op het niveau dat kan loslaten. Het niveau, dat de mogelijkheid heeft, om gedachten en emoties te laten gaan. Wat is het dan, dat onze gedachten en emoties kan loslaten? Ik denk nu dat dit het fysieke is.
Vaak weet ik, in mijn worstelingen rond mijn persoonlijke ontwikkeling, dat ik iets los te laten heb, maar kan ik niet ontdekken wat. Waarom? omdat ik zoek met het hoofd. Ik weet het al met mijn hoofd, maar weet ook dat mijn weten geen soelaas biedt. Ik moet dieper zoeken. En zo beland ik - via mijn emoties - bij mijn lichamelijke sensaties.
Hoe daal ik af in mijn lichaam? Weer een vraag van het hoofd. "How is such a mischievous question", zei J. Krishnamurti eens. Ik weet nu waarom: het geeft de illusie dat het hoofd het antwoord heeft. Dat is niet zo. Het hoofd, de woorden, concepten, ideeën, associaties, en interpretaties die we hebben, zijn niet meer dan een ondertiteling, een 'voice over' bij de film van onze ontwikkeling. Denken dat die ondertiteling het verhaal stuurt of bepaalt is absurd. Maar het is o zo moeilijk om dat idee los te laten, want ons geloof in het woord is sterk. Wat het idee loslaten onmogelijk maakt, is dat we dat veelal proberen via een denkproces, en dan raken we er alleen maar meer in verzeild.
We houden vast aan onze concepten en ideeën omdat ze ons een idee van veiligheid en controle geven, of misschien een idee van vooruitgang, maar in werkelijkheid houden ze ons af van waar het leven zich in feite afspeelt: in de ervaring, in het directe, fysieke, het hier-en-nu. Ik begin daarom te geloven, dat het enige belangrijke is je lichaam te voelen, daarvan gewaar te zijn, niet door erover na te denken, maar door te zijn.
Abonneren op:
Berichten (Atom)

