woensdag 12 maart 2014

Durf je los te laten, zodat het nieuwe kan ontstaan?

De wereld van nu schreeuwt om een transformatie van onszelf, en van de systemen die wij om ons heen hebben gebouwd. Iets radicaal anders is nodig, anders krijgen onze kinderen en kleinkinderen het heel moeilijk. Innovatie moet ons redden van een donkere toekomst.

Vast staat, dat het ons tot nu toe slecht is gelukt om fundamenteel te vernieuwen. Jawel, technologie heeft de wereld veranderd, maar niet fundamenteel. Zelfs internet heeft geen fundamentele verandering teweeggebracht: communicatie is sneller en alomtegenwoordig, informatie is overal te krijgen en wordt gemakkelijk uitgewisseld, maar die verandering is oppervlakkig, cosmetisch, en heeft onze fundamentele problemen niet kunnen oplossen.

Wat is hetzelfde gebleven? Organisaties staan in het teken van competitie en strijd. We putten onze natuurlijke omgeving uit. We vinden het moeilijk het geluk te vinden. We zijn hebzuchtig en op onze eigenbelangen gericht. We worstelen met onszelf en met de mensen om ons heen.

Wat is nodig? George Gurdjieff (zie hier voor een eerder artikel waarin hij genoemd werd) zegt:
Om geboren te worden, moet je eerst sterven  
Om te kunnen sterven, moet je eerst ontwaken
of, anders gezegd:
Wanneer de mens ontwaakt, kan hij sterven 
Wanneer hij sterft, kan hij geboren worden
(Uit "Op zoek naar het wonderbaarlijke - Fragmenten van een onbekende leer" door P.D. Ouspensky, p. 236) 

Deze zinnen hebben een grote diepte en betekenen het volgende:

Om geboren te worden, moet je eerst sterven
Wie zichzelf wil ontwikkelen en vernieuwen (geboren worden), zal eerst het oude moeten loslaten (sterven). Je kunt niet transformeren wanneer je het oude in stand houdt. Wie bereid is het oude los te laten, belandt in een ruimte van niet weten, van leegte. Daarin zijn de oude duidelijkheden achtergelaten, maar er is ook nog geen nieuwe werkelijkheid. Die lege 'tussenruimte' is nodig om iets werkelijk nieuws geboren te laten worden. Het probleem is echter, dat we niet zomaar kunnen loslaten. Wij allemaal worstelen met oude gewoonten en patronen, die ons in de weg zitten, maar die wij niet zomaar kunnen laten gaan. Onze hele identiteit is eraan gekoppeld, en daarom voelt het loslaten ervan als sterven, als verdwijnen. Niet alleen wij als individuen, maar ook onze organisaties en de gehele maatschappij hebben grote moeite het oude los te laten, vooral als wij denken dat dit een essentieel deel van onszelf is.

Om te kunnen sterven, moet je eerst ontwaken
Gurdjieff zegt vervolgens: om te kunnen loslaten moeten we eerst bewust worden (ontwaken). We moeten gaan zien dat datgene waaraan we vasthouden ons niet helpt. Alleen wanneer we diepgaand inzien dat wij ons vastklampen aan iets wat ons niets te brengen heeft, kunnen we het loslaten. Concreet betekent dit, dat we datgene waaraan we vasthouden, wat we zijn en doen, diepgaand moeten onderzoeken. Niet hollen naar de toekomst, maar het Nu onderzoeken. Overdreven? Nee hoor: wij weten dat wij onze manier van omgaan met de natuurlijke omgeving niet kunnen volhouden, maar we gaan er toch mee door. Wij weten dat meer spullen ons niet gelukkig maken, toch blijven we zoeken naar vervulling in het materiële. Veel van wat wij doen bestaat uit patronen: mechanische gedachten, gevoelens en handelingen, die ons 'vastigheid' beloven, maar die belofte niet nakomen. 'Ontwaken' is het wakker worden uit de droom van onze patronen. Zolang wij niet (h)erkennen dat we dromen, gaan we door met het oude, in steeds nieuwe vormen. We zullen ons krampachtig vasthouden aan het leven zoals we het kennen, aan onze patronen en onze gewoonten, en aan onze vertrouwde werkelijkheid, óók als deze ons te gronde richten.

Theory U
Het bovenstaande is in andere woorden omschreven door Otto Scharmer in zijn Theory U. In deze video legt Scharmer zijn model uit, en wordt ook meteen duidelijk dat hij andere ideeën heeft over wat fundamentele verandering is: hij noemt drie gevallen van 'massive, tectonic change' - de val van de Berlijnse muur, het einde van Apartheid in Zuid Afrika, en de technologische ontwikkelingen van de laatste jaren - die ikzelf niet als fundamenteel zie, want in wezen is er niets veranderd. Hoewel Theory U de potentie heeft fundamentele transformaties te ondersteunen, want het gehele proces van 'letting go' onder in de U wordt omschreven, vraagt het een diepere bereidheid tot loslaten dan de meeste mensen (willen) zien. Dat is het nadeel van een model dat 'vernieuwing' belooft: we worden aangetrokken door de nieuwe oplossing, en willen daar zo snel mogelijk naar toe.

Echte innovatie
Een écht nieuwe wereld (en die is nodig!) ontstaat wanneer wij bereid zijn tot een 'radicaal loslaten'. Wat dan loslaten? Een paar ideeën:
  • Economische groei. Op zoek naar een economisch model zonder groei.
  • Ondernemen gekoppeld aan concurreren en strijd. Op zoek naar ondernemen in gezamenlijkheid.
  • Geluk gekoppeld aan (nieuwe) spullen. Op zoek naar een zinvol leven zonder materialisme.
  • Hebzucht en machtsmisbruik. Op zoek naar medemenselijkheid.
  • Angst voor de anderen, in plaats van vertrouwen. Op zoek naar broederschap.
Al zouden we slechts één item van dit lijstje kunnen laten varen, dan al zou het oprecht nieuwe - dat staat te trappelen om zich aan te dienen - de ruimte krijgen.

zondag 9 februari 2014

Niet ontwikkeling, maar stilstand is bijzonder

Mijn werk bestaat uit het begeleiden van verandering en ontwikkeling van mensen en organisaties. Dat is eigenlijk wel een raar ding. Gisteren op een feestje besefte ik weer dat ik het maar heel moeilijk kan uitleggen waar dat vak van mij nou eigenlijk over gaat.

Vanochtend bedacht ik mij dat wat ik doe zo moeilijk is om uit te leggen omdat verandering en ontwikkeling heel alledaags zijn. Wij veranderen en ontwikkelen voortdurend, gewoon door de dingen die gebeuren. Alles wat er gebeurt beïnvloedt al het andere. Wat we zien op tv, dingen die gebeuren in ons werk, een nieuw project of een organisatieverandering. Een nieuwe collega, of het afscheid van een collega met wie je lang hebt samengewerkt. Een interessant gesprek dat je aan het nadenken zet. Een welgemeend compliment, of een slechte beoordeling. Een slechte dag, omdat je auto niet start, en dat slechts het begin is van een reeks tegenvallers, of juist een heel goede dag, omdat alles zo vanzelf lijkt te gaan.

Eigenlijk is het leven zelf het toneel waar zich de ontwikkeling afspeelt. En ik, in mijn werk, probeer heel dicht bij dat leven te blijven. Het alledaagse. Hoe je je voelt, waar je mee worstelt. Hoe je jezelf ziet, en hoe je kijkt naar anderen. De overlap tussen wat wij als 'gewoon het leven' zien, en mijn werk met mensen en organisaties is groot. Maar er is een verschil.

'Alles wat gebeurt beïnvloedt al het andere', zei ik zojuist. Maar dat kun je ook ontkennen. Want veel mensen merken, dat zij heel moeilijk kunnen veranderen, ook als zij het willen. Dat is zo, omdat wij in de soms turbulente stroom van het leven in onszelf een idee van vastigheid hebben gecreëerd. Dat wij in die stroom constant zijn, altijd dezelfde blijven. Het is een idee, een gedachte, niets meer dan dat. We noemen dat ons zelfbeeld, onze persoonlijkheid, 'wie we nu eenmaal zijn'. De relatieve onveranderlijkheid daarvan geeft ons een gevoel van houvast, maar tegelijkertijd maakt die ons onzeker, want hoe vast is een idee eigenlijk? En daarnaast maakt dit idee het moeilijk om ons te ontwikkelen.

Wat is ontwikkeling? Ik denk: het loslaten van die illusie (ja dat is het) van 'vastigheid'. Vreemd eigenlijk, zo'n definitie van ontwikkeling, want ik draai er iets in om: ontwikkeling en verandering zijn de constante, het normale, het alledaagse, en wat wij te doen hebben is dat te aanvaarden. Stoppen met onze pogingen de stroom tegen te houden, door ons vast te houden aan een beeld van onszelf ('zo ben ik nu eenmaal'), of door muurtjes in onszelf te bouwen, en tussen onszelf en anderen. 'Let it be', zongen de Beatles lang geleden.

Ik merkte afgelopen week weer, terwijl ik het Young Executives Program begeleidde, een mooi leiderschapsprogramma van de Baak, welke kwaliteit er tevoorschijn komt als mensen écht naar zichzelf en anderen gaan kijken, zich open en eerlijk aan anderen laten zien, zij daarbij omgaan met alle positieve en negatieve gevoelens en worstelingen die er zijn. Dan laat de 'grote stroom' zich zien in de groep, en ontstaat er voor ons, die in deze stroom ronddobberen, een grote ruimte en een onderlinge verbinding, die zich moeilijk via woorden laten omschrijven.

woensdag 8 januari 2014

The road to hell is paved with good intentions - over organisatieverandering

Ik bezocht een organisatie waar er gewerkt werd aan een betere toekomst. Een organisatieverandering, om beter in te kunnen spelen op de wensen van de markt, op de veranderende economische situatie, en om voortdurend scherp en kwalitatief hoogwaardig te blijven. Zo waren de woorden. Ze werden verkondigd met verve. Die woorden moesten mij en anderen ervan overtuigen dat de organisatie op de goede weg was, dat de wereld er veel beter uit zou zien na de voltooiing van deze organisatieverandering.

Ik lees de krant. Er staan allerlei commentaren in op de huidige economische situatie. Er zijn stemmen die wat er nu gebeurt duiden. Het zijn overtuigende verhalen. Ze zijn herkenbaar. Ze geven mij en andere lezers de indruk dat er mensen zijn, economen bijvoorbeeld, die precies weten wat er gebeurt, dat zij grip hebben op de situatie, en dat wij allen door dat begrip kunnen werken aan een betere toekomst.

Maar als morgen door een wonder de economische crisis net zo plotseling voorbij is als deze is begonnen, dan verschijnen er plotseling ook heel andere bespiegelingen. Als sneeuw voor de zon zullen de donkere toekomstvoorspellingen van nu verdwijnen. Precies zoals het grenzeloze optimisme van vóór de crisis plotseling verdween, ingehaald door de feiten. Slechts een enkeling vraagt zich af hoe we ons zó hebben kunnen vergissen, maar dat heeft ons vertrouwen in de toekomstvoorspellingen van nu niet verminderd.

En hoe zit dat met organisatieverandering? Alle veranderingen ten spijt is er niet zo heel veel verbeterd in de meeste organisaties. Vraag je aan medewerkers hun mening over de zoveelste verandering, dan krijg je meestal een schouderophalende reactie, van 'ach, het maakt allemaal niet veel uit', of iets dergelijks (ik hoorde de term BOHICA, wat staat voor Bend Over Here It Comes Again).  Zij die werken in de praktijk, met klanten, ervaren veelal een grote mismatch tussen beleid en werkelijkheid.

Wanneer gaan wij zien dat veel van die woorden, dat beleid, dat commentaar (ja ook dat van mij hier), niet meer is dan een illusie, een spel dat maar heel weinig werkelijke relatie heeft met de echte wereld? Door dit spel te spelen, hebben we de illusie van controle, maar we controleren maar heel weinig. Ondertussen gaan het leven, de economie, en de ontwikkelingen in de markt en in organisaties gewoon door, zonder zich al te veel aan te trekken van ons nijver management.

Ik hoor je denken: Moeten we dan allemaal ophouden met beleid maken? Moeten we het dan allemaal maar op z'n beloop laten? Nee, integendeel. Ik ben geen nihilist, en we kunnen talloze verbeteringen aanbrengen. Wat nodig is, is ietsje meer realiteitszin. De wereld naar onze hand zetten is onmogelijk, en iedere poging daartoe is tot mislukken gedoemd. Onze meningen over wat er gebeurt in de wereld zijn hoogst speculatief. Ze bevatten weinig waarheid, want woorden kunnen de rijkdom van de echte wereld nooit helemaal vangen. We moeten ons oefenen in bescheidenheid, want de praktijk wijst uit (kijk maar even terug in de geschiedenis) dat wij mensen maar heel weinig invloed hebben op de gebeurtenissen.

Als wij tot dat besef komen, dan zullen onze beleidsvoering en onze meningsvorming drastisch veranderen. Maar als wij onze huidige koers van regelzin en 'spreadsheetfetisjisme' blijven volgen, als wij in de illusie van onze heerschappij over de wereld blijven acteren, dan zullen wij slechts één onomstotelijk effect hebben op onszelf, de anderen en de wereld om ons heen: wij zullen alles vernietigen. Daar zijn we nu goed mee bezig.

Misschien kunnen we echte invloed krijgen, niet door te willen beheersen, maar door onze bescheiden, weinig beduidende rol in de loop der dingen te aanvaarden, en vanuit die positie onze invloed te doen gelden.

Wat zal er dan ontstaan (even dromen)?
  • De beloften dat de oplossingen ons gaan redden zullen plaatsmaken voor voorzichtige vermoedens.
  • Er zullen minder heetgebakerde discussies zijn waarin mensen hun gelijk bevechten;
  • Er zal meer geluisterd worden, vanuit de wetenschap het niet te weten;
  • Wij zullen constructiever naar elkaar worden en meer samenwerken, omdat niemand een ander onderdrukt met een dominante visie;
  • Onze vergissingen zullen minder desastreus zijn, en minder leed veroorzaken voor onszelf en anderen;
  • En tenslotte zullen we - heel misschien - gaan ervaren dat de loop der dingen (zonder onze alomtegenwoordige beheersing) het niet zo slecht met ons voorheeft als wij vanuit onze angstige krampachtigheid vermoeden.

  • donderdag 31 oktober 2013

    Hoe krijg ik ze zover? Een managementconferentie heeft het antwoord

    Een tijdje geleden was ik deelnemer op een conferentie, zo'n dag voor managers die hen moet inspireren en van praktische handvatten moet voorzien. De hoofdvraag tijdens de conferentie (er zijn talloze van dergelijke conferenties en spreekbeurten) was: 'hoe krijg ik ze zover?' Sprekers waren stuk voor stuk vaardige entertainers. Zij boden hun oplossingen aan, die de deelnemers moeten helpen de zaak naar hun hand te zetten, hun invloed te vergroten, of liever nog: controle te krijgen. Maar ik had steeds de vraag: is dit goed? is dit wenselijk? En natuurlijk verwart die vraag me ook, want is het niet zo dat organisaties daarvoor bedoeld zijn: om hun omgeving te beïnvloeden en naar hun hand te zetten?

    Jawel, maar ik miste het ethische aspect. Dat kwam nergens aan de orde. Niemand stelde de vraag of het oké is om mensen schaamteloos te beïnvloeden en te manipuleren in de door jou gewenste richting. Niemand bracht in dat het belangrijk is om de vaardigheid te beïnvloeden uitsluitend op een bewuste, ethisch verantwoorde manier te gebruiken. Niemand in het publiek leek daarin geïnteresseerd te zijn. Ik denk dan: geen wonder dat er zoveel misgaat in organisaties.

    Eigenlijk is die ethische kant juist van cruciaal belang, dat zou nu toch wel duidelijk moeten zijn. Egocentrisme, manipulatie, duwen en trekken, en je eigen wil boven die van een ander plaatsen doen organisaties onnodig veel schade. Maar een dergelijke boodschap leidt tot veel minder gejuich, want uiteindelijk zijn de meeste mensen geobsedeerd met winnen, de beste zijn.

    Gevolg is dat de wereld leeft in strijd, en dat mensen zich bedreigd voelen. Dus zoeken bezoekers van een dergelijke conferentie naar middelen om die strijd te winnen, of toch in ieder geval niet te verliezen. De sprekers geven hen wat zij vragen: de wapens om de strijd te winnen. Maar wat nodig is, is volgens mij iets heel anders: 

    • aandacht voor het grotere plaatje, waarin helder wordt dat we op deze manier de wereld vernielen;
    • aandacht voor dieper zelfinzicht, dat onze egocentrische motieven een bescherming zijn die niet altijd gewenst is of leidt tot een betere situatie voor onszelf en anderen;
    • zoeken naar overbrugging van verschillen, gezamenlijkheid, in plaats van naar instrumenten om te 'winnen'. 

    Veel mensen zien dat niet, omdat zij volledig geïdentificeerd zijn met strijd en zelfbehoud. En dan blijf je ronddraaien in dezelfde cirkel.