zondag 23 oktober 2016

Wat wij kunnen leren van de natuur

Vannacht kon ik niet slapen, werd geteisterd door een ernstige kriebelhoest als gevolg van een verkoudheid. Dus dan maar even uit bed. Ik zat beneden, met de lichten uit, want wilde ook niet helemaal wakker worden. Het was half vijf en extreem stil, ook omdat er geen zuchtje wind was buiten. Niets bewoog, en er was geen enkel geluid.

Terwijl ik naar dat stille tafereel zat te kijken vroeg ik mij af wat mij, en vele anderen, zo aantrekt in de natuur. Er gaat een extreme rust vanuit, een ‘het is zoals het is’. Ik vroeg me vervolgens af hoe ik het zou noemen, die kwaliteit. Ik dacht aan ‘acceptatie’, en ik dacht aan ‘aanwezigheid’, maar die woorden leken de lading niet te dekken.

Toen drong het tot mij door dat geen enkel woord zou kunnen omschrijven wat ik daar nu zag. Het drong tot me door dat elke benaming van die kwaliteit juist die bijzondere stille kwaliteit teniet zou doen. Ik bedacht me dat ‘acceptatie’, iets wat wij mensen zo graag willen - acceptatie van onszelf, van onze levens en de dingen die daarin gebeuren - alleen maar een ‘issue’ is wanneer er géén acceptatie is. ‘Aanwezigheid’ is alleen een issue als er geen aanwezigheid is.

Het benoemen van een kwaliteit of een kenmerk lijkt vaak te gebeuren vanuit een tegengestelde realiteit, vanuit een plek waar die kwaliteit niet is. De planten in mijn nachtelijke tuin waren niet aanwezig, en ze ‘accepteerden’ ook niet. Want als ze dat zouden doen, dan zou de rust die ik zag niet kunnen bestaan.

En toen dacht ik een stapje verder: is ’ontwikkeling’ niet vooral zo belangrijk voor ons vanwege een gevoel van onvolmaaktheid, van 'niet genoeg', van ‘er nog niet zijn’? Ik bedacht mij vervolgens dat de planten in mijn tuin zich ook ontwikkelen. Ze groeien, naar het licht bijvoorbeeld. Je zou kunnen zeggen dat ze een ‘wil’ hebben, bijvoorbeeld een wil om te leven, en je ziet heel feitelijk hun pogingen om voort te bestaan. Maar groeien ze omdat zij zich ‘niet genoeg’ voelen? Nee, hun groei is een aspect van het leven zelf, van hun natuur. En ze zouden zich geen moment verzetten, zelfs als ze gerooid zouden worden of verbrand. Niet zozeer omdat ze dat niet kunnen, bedacht ik mij, maar omdat ze rusten in iets groters dan waarin wij mensen meestal onze rust zoeken, zonder succes overigens. (Ik zag eenzelfde kwaliteit eens in een natuurfilm over Afrika, waar een cheetah een impala ving. De impala deed alles om te ontkomen, en toen dat niet lukte leek er een grote mate van overgave bij haar te zijn. Geen moment zag ik 'dit had niet zo moeten zijn').

Wij mensen ontwikkelen ook, we groeien, in wijsheid, kennis en ervaring. Als wij leren van de natuur, dan is de juiste ‘houding’ misschien heel dicht te blijven bij ‘wat is’: een groei die uit ons diepste binnenste wordt aangedreven. En ons niet te laten verleiden door al die ‘externe drijfveren’ van 'wat zou moeten zijn', aangedreven door én resulterend in gevoelens van onvolmaaktheid, onrust, haast, uitputting en wanhoop.

Die externe drijfveer wordt gevormd door een aspect wat planten zeer zeker niet hebben: het ego. Je kunt het ego omschrijven als ‘onze eigen zelfgemaakte wil’, los van de natuur, die - wát de natuur ook wil - een eigen leven leidt. Dat ego mag blijven, bedacht ik mij tenslotte, maar het luisteren naar de wil van de natuur, van God zo je wilt, is wel de basis, het fundament, het enige werkelijke. En die wil van de natuur herbergt, ironisch genoeg, wat wij alsmaar zoeken met onze zelfgemaakte wil.

zondag 15 mei 2016

Transformatie en de 'onderkant van de U' in Otto Scharmer's Theory U

Otto Scharmer's Theory UIn Theorie U van Otto Scharmer bevindt zich een mysterieuze en vaak niet werkelijk begrepen fase, namelijk die van de onderkant van de U. Scharmer heeft het daar over luisteren met een 'Open wil', en van Presencing, een combinatie van 'aanwezig zijn in het nu' (Presence) en 'voelen' (Sensing). En hij spreekt over je verbinden aan de bron (connecting to the Source). Scharmer rept niet zoveel over de persoonlijke worsteling en pijn die daar bij lijken te horen, en ik vermoed dat hij het U-proces daarmee lichter doet voorkomen dan het werkelijk is. Wat gebeurt daar precies in die onderkant van de U? Een recente ervaring gaf me daarin nieuwe inzichten.

Transformatie
De onderkant van de U is niet voor niks een bocht. Daar vindt een fundamentele transformatie plaats. Scharmer spreekt van Letting go (van het oude) & Letting come (van het nieuwe). En hij spreekt over de Voice of Fear die dat nieuwe kan tegenhouden. Maar waarom is er angst? Scharmer lijkt te zeggen dat het angst voor het loslaten is, en de leegte die dan ontstaat, een leegte die nodig is als ruimte voor het nieuwe. Maar misschien is er meer.


Een praktijkvoorbeeld
In een meerdaags persoonlijk ontwikkelingsproces dat ik begeleidde gingen deelnemers door een gestaag proces van zelfonderzoek. Deelnemers onderzochten hun persoonlijke belemmeringen, hun angsten en hun verlangens, en ook hun potentieel, hun talent, en hoe dat meer tot z'n recht kon komen. De tweede dag gingen zij steeds scherper zien wat moest gebeuren in hun ontwikkeling, wat zij hadden los te laten om hun ontwikkeling voort te laten gaan. Zij daalden als het ware af in de linkerpoot van de U. Wat zij ontdekten bleek niet vrijblijvend: het was een ontdekking van 'hoe het is'. Er was daardoor geen sprake meer van een keuze, want 'wat nodig is' werd voor hun ogen zichtbaar, als een gegeven. Het was alsof zij daar niet over gingen. Het ging erom 'wat is' toe te laten, te accepteren. Dit toelaten van wat is bleek een noodzakelijkheid, een natuurlijke orde. De enige waarachtige weg die er was. (Brian Arthur, een belangrijke inspiratiebron voor Otto Scharmer en zijn Theory U, noemt het dan ook 'Terugtrekken naar een plaats van dieper weten'. Scharmer zelf spreekt over 'Open wil' omdat we onze eigen wil moeten loslaten ten behoeve van iets groters). Dit weten gaf hen angst, want de poort naar het nieuwe bleek bewaakt te worden door hun 'blauwe plek': de verwondheid die zij vanuit hun persoonlijke verleden met zich meedragen (zie hier voor een eerdere blog die verder ingaat op de blauwe plek).

Hoe de onderkant van de U en de blauwe plek samenkomen
Mij werd duidelijk dat vóórdat we daar onderin de U ons kunnen verbinden met de bron van creativiteit en leven (connection to the source), we eerst onze blauwe plek of persoonlijke verwondheid onder ogen moeten komen. Dat verklaart ook waarom ontwikkeling zo vaak moeilijk en pijnlijk is. Daarom vraagt ontwikkeling ook moed om deze weg te gaan: Precies waar de sleutel tot transformatie verborgen ligt, daar is ook het monster van onze pijn, en om de sleutel te krijgen, moeten we het monster confronteren.

Wat maakt dat de basis van de U en de blauwe plek zo overeen lijken te komen? Is het zo, dat onze fundamentele verwondheid ons weerhoudt van werkelijk inzicht en werkelijke transformatie? Is het zo, anders gezegd, dat onze verwondheid ons weerhoudt de stroom van de natuurlijke orde te volgen? In ieder geval: zo werd het in dit groepsproces aan mij getoond.

De Bron: Een punt in ruimte en tijd
De onderkant van de U leer ik kennen als een 'punt' in ruimte en tijd waar alles zich op concentreert. Zo staat het ook in bovenstaande afbeelding. Het bewegen naar de onderkant van de U is als een afdaling, waarin we dat punt steeds dichter naderen. Dat punt is de bron, vervuld van het nieuwe, én van de blauwe plek. Precies daar komen verleden en toekomst samen. Op een bepaald moment in het proces ontstaat er een soort trekkracht vanuit dat punt, als de zwaartekracht die je ernaartoe trekt. Wellicht wordt je getrokken omdat je intuïtief weet dat precies daar het antwoord ligt. Maar dit punt vervult je ook van angst, omdat je weet dat je ergens doorheen moet. Je bent bang erin te verdwijnen, de controle te verliezen, 'op te lossen' in leegte of pijn. Dat is iets waar je logischerwijs tegenaan hikt. 

Door de pijn heengaan
Wat gebeurt er als je er doorheen gaat? Eerst bouwen de angst en de benauwenis zich op, soms tot een bijna ondraaglijk niveau. Dan breekt er iets, en komt de pijn in volle hevigheid over je heen. Als een vulkaan die uitbarst, of een stuwdam die breekt. Er volgt een korte hevige stroom van intense gevoelens, die je het gevoel geeft dat je de controle verliest. Dan wordt het al snel rustig. Er ontstaat een nieuwe orde. De spanning van de oplopende druk is weg. Het voelt als een opluchting. 

Daarna voel je je helder, schoon, open, nieuw. Er is energie en lucht. Je voelt je verbonden, zowel met jezelf als met je omgeving. Mijn indruk bij mensen die dit doormaken (en mijn eigen ervaring) is dat ze niet alleen opener zijn, maar ook krachtiger, scherper, intelligenter, meer in contact met de realiteit, dus waarachtiger, echter.

De noodzakelijkheid van de worsteling
Het lijkt in veel gevallen een noodzakelijkheid: om een dieper inzicht te krijgen, of een diepgaande ontwikkeling door te maken, moet zich eerst een zekere weerstand daartegen opbouwen. Misschien is de stuwdam - de weerstand tegen verandering - nodig, niet alleen voor de ontlading, maar ook voor het inzicht. Zoals de broeierigheid voor een onweersbui nodig is, om de bevrijding van het onweer te laten ontstaan. 

En zo kom ik weer op wat ik nu steeds vaker concludeer en waarneem: dat alles goed is zoals het is. De weerstand, de worsteling, de opbouw van de druk, de angst voor de ontlading, de ontlading zelf, en de rust en de helderheid daarna. Dat proces is ook overal als orde zichtbaar in de natuur. 

Het inzicht dat alles goed is zoals het is kan een hoop troost geven, en kan je helpen 'de loop der dingen' te accepteren, ook als het even tegenzit.

maandag 28 december 2015

Zelfsturing en de verschuiving van de macht van individu naar collectief

Wat is zelfsturing? Lenette Schuijt schrijft erover (klik hier voor haar artikel op managementsite.nl):

"Zelfsturing is een principe dat in alle individuen, groepen en systemen voorkomt. Volgens managementauteur Daniel Pink is zelfsturing 'de diepe wens die in ieder mens aanwezig is om zijn eigen leven te bepalen, nieuwe dingen te leren en te creëren en bij te dragen aan zinvolle zaken'. De organisatie inrichten vanuit het principe van zelfsturing impliceert een appèl op de inherente drijfveren in mensen en gemeenschappen om zelfstandig te handelen en in onderlinge interactie tot een natuurlijke afstemming te komen".

Geen Zelfsturing maar Samensturing
Deze definitie van zelfsturing lijkt te beloven dat wij, als we als organisatie of team zelfsturend worden, kunnen gaan doen wat we ten diepste willen, wat ons zin geeft. Het geeft de indruk dat wij 'in onderlinge interactie' de vrijheid zullen vinden onze 'inherente drijfveren' te volgen. Zo kan de foutieve indruk ontstaan dat er geen sturing is behalve de sturing van jezelf. Dat klopt niet, want je zit in een collectief. Preciezer zou daarom zijn zelfsturing om te dopen tot 'Samensturing'. Dan blijkt dat de individuele vrijheid in een zelfsturend team even beperkt is als in een centraal gestuurd team.

Ik ben een voorstander van zelfsturing in veel omstandigheden. Vooral in professionele organisaties lijkt een hoge mate van zelfsturing de enige weg om de complexe realiteit waarin professionals werken te hanteren. Ik maak vooral bezwaar tegen de idealisering ervan; alsof zelfsturing ons leven makkelijker en vrijer zou gaan maken. In tegendeel, is mijn overtuiging.

Het voordeel van een baas
Laatst waren wij in het gezin aan het koken voor kerst. Hoewel wij altijd alles in onderling overleg doen, bedachten wij nu dat het wel prettig zou zijn als één van ons de chef zou zijn. Mijn dochter werd daartoe aangesteld. Zij vertelde ieder van ons wat wij moesten doen, en wanneer. Het viel ons op hoeveel ruimte en vrijheid dit 'model' ons gaf. We konden heerlijk onze taken doen, hoefden ons geen zorgen te maken over het geheel, we droegen allemaal bij, liepen elkaar geen moment voor de voeten. Een vloeiend en soepel geheel, zonder conflict, heel efficiënt en effectief. Bijzonder vooral, dat ik me 'vrij' voelde in dat hiërarchische model. De begrenzing van mijn taken gaf mij ruimte.

Gevangen in zelfsturing
In mijn werk ben ik gewend zelfsturend te zijn. Ik bepaal wat ik doe, met wie, wanneer, en hoe. Ik ben als een 'zelfstandige met dienstverband'. Van regelmatige werktijden is geen sprake: ik ben eigenlijk altijd met mijn werk bezig, want ik weet nooit of ik voldoende gedaan heb, en of ik voldoende werk zal hebben in de toekomst. De inhoudelijke koers in mijn loopbaan bepaal ik zelf, en het is aan mij om wat ik doe zowel relevant voor anderen als zinvol voor mijzelf te houden. Als ik in teamverband werk, dan bepalen wij gezamenlijk het wie, wat, hoe en wanneer. We debatteren dan wat af, want er is maar weinig vooraf vastgesteld, en al mijn zelfsturende collega's zitten zelden spontaan op één lijn.

Het lijkt daarbij alsof ik vrij ben, maar zo voelt het niet. Ik kan niet zomaar doen wat ik wil. Ik word bepaald door een systeem dat ik moeilijk kan bevatten, maar dat onverbiddelijk de grenzen van mijn wereld bepaalt. Maar, aangezien er geen baas is, is er niemand die mij die grenzen oplegt; ik moet die zelf ontdekken. Wij moeten dat met elkaar ontdekken. Er is geen vrijheid, maar er is toch niemand die stuurt.

Overal zelf verantwoordelijk voor
Wat ik vooral ervaar in mijn zelfgestuurde werk is verantwoordelijkheid, voor alles. Alles komt op mij neer. Mijn verantwoordelijkheid is totaal, net als die van al mijn collega's. Ieder individu is verantwoordelijk voor het totaal. Van ons allemaal wordt voortdurend gevraagd initiatief te nemen, naar voren te stappen, de leiding te nemen, het gesprek aan te gaan. Niemand kan 'achterover leunen'. Niet dat iemand dat verbiedt, en toch kan het niet.

De nieuwe dictatuur zit in het systeem
Stelling: zelfsturing is de nieuwe onderdrukking, en het is een ongrijpbare variant. Je mag doen wat je wil, maar als je niet doet wat moet gebeuren, dan loopt het slecht met je af. Dus, voel je vrij, maar wees wel bereid de consequenties van je handelen te aanvaarden. Wat is dat voor vrijheid?

De dictatuur van zelfsturing is niet persoonlijk (zoals de autoriteit van een baas) maar systemisch: Hij zit in het systeem, in de groep, in het social verband. We houden elkaar gevangen. Geen enkel individu heeft er controle over, en dat maakt deze dictatuur ongrijpbaar. Je draagt er aan bij als individu, of je nu wil of niet, en dat maakt je medeplichtig. Hoe kun je nu tegen iets zijn dat je zelf mede vormgeeft?

'Het systeem' als boosdoener en de 'sterke leider' als redding
Geen wonder dat er naast steeds meer tekenen van zelfsturing in de samenleving (denk aan de participatiesamenleving), twee trends ontstaan: aan de ene kant is er een groot wantrouwen jegens 'het systeem' (de economie, de financiële wereld, Europa, de politiek), en aan de andere kant is er de roep naar een 'sterke leider', liefst met eenvoudige en hanteerbare 'waarheden'. We zijn de veiligheid van de vertrouwde en overzichtelijke structuren kwijt. Geen vaste banen meer, geen religieuze dogma's, geen familietradities die je toekomst bepalen. We zijn helemaal vrij, en menigeen verlangt naar de 'kleine structuren' van vroeger, waarin alles nog veilig voelde.

Individualism gone mad
In de beperking van een hiërarchische structuur ligt vrijheid verscholen, mits de leiding op een respectvolle manier handelt. Omgekeerd: in de onbegrensdheid van zelfsturing, waarin je het zelf maar moet uitzoeken, ligt beklemming verscholen. Het ideaal van zelfsturing legt ongezien een grote druk op ieder individu, en een grote eenzaamheid, want je staat er in essentie alleen voor.

De populariteit van zelfsturing is een volgende stap in een individualistisch paradigma, waarin we moeten geloven dat als wij ons losmaken uit de ketenen van 'de ander', wij oneindige vrijheid zullen bereiken. Maar wat zich ontvouwt is een steeds grotere beklemming. Die ander verdwijnt niet, maar wordt als collectief allesoverheersend. Onze mogelijkheden groeien, maar wat wij reëel kunnen doen wordt steeds beperkter.

Socioloog Zygmunt Bauman zei eens: "Nooit waren we zo vrij, nooit hebben we ons zo machteloos gevoeld". Dat lijkt de kern.

Hoe verder?
Zelfsturing heeft de toekomst. Het hiërarchische model werkt niet meer in veel contexten, zoals Frederic Laloux in zijn boek Reinventing organizations overtuigend uiteenzet. Of we nu willen of niet, we zullen moeten leren zwemmen in de oceaan, waar de oevers niet meer zichtbaar zijn. In die omstandigheid moeten we richting vinden en houden, voor onszelf, in samenhang met 'de anderen'. Geen eenvoudige opgave. Vooral daarom lijkt het mij belangrijk om het thema zelfsturing nogmaals tegen het licht te houden, het te ontdoen van naïeve ideeën van vrijheid en zelfbeschikking, en ons voor te bereiden op de reële ontwikkelingsvragen die zelfsturing ons stelt. Hier zijn er een paar:
  • Hoe bepaal je je professionele koers, als niemand je vertelt wat je moet doen?
  • Hoe ga je daarin om met verwachtingen van anderen, zonder je eigen pad uit het oog te verliezen?
  • Hoe bewaak je je grenzen? Hoe voorkom je dat je teveel gaat doen? Anders gezegd:
  • Hoe ga je om met groepsdruk? Hoe 'hoor je er bij' en bescherm je jezelf tegelijkertijd?
  • Hoe maak je voor jezelf 'supporting networks', in een wereld waar iedereen toch vooral voor zichzelf moet zorgen?
  • Hoe leer je omgaan met dat je 'existentieel alleen' bent, dat je uiteindelijk voor jezelf moet zorgen, en dat iedereen dat moet doen?
Eindelijk volwassen
De schoonheid hiervan is, dat deze vragen onverbiddelijk (misschien zelfs ondraaglijk) reëel zijn. De oude hiërarchische structuren zijn constructies om ons een gevoel van bescherming te geven. Ze maken de wereld (die oneindig groot is) kunstmatig kleiner, wekken de schijn van veiligheid. "Ignorance is bliss". In deze nieuwe zelfsturende wereld moeten we echt los, echt volwassen worden, ons echt gaan verhouden tot elkaar, en echt gaan zorgen voor onszelf. En daarom is persoonlijke ontwikkeling zo belangrijk in deze tijd.

maandag 21 december 2015

Geloof in twijfel: Een paar gedachten over 'Evidence based'

Het is waar, er wordt nogal wat onzin verkocht in management- en opleidingenland. Ideeën en overtuigingen, soms zelfs voorzien van quasi wetenschappelijke 'bewijzen'. Dat heeft, deels terecht, geleid tot de vraag naar 'evidence based' methoden en praktijken. Dat wil zeggen onderzoek, ondersteund door feiten die op betrouwbare wetenschappelijke manier zijn vastgesteld. Zo kun je het kaf van het koren onderscheiden. En zeggen de voorstanders: zo voorkom je dat je door allerlei geloofsovertuigingen meegesleept wordt.

Een kritische houding is belangrijk, maar evidence based als antwoord lost niet alles op. Waar liggen de tekortkomingen van deze wetenschappelijke methode?

Onderzoeken, maar dan ook alles
Uit onverwachte hoek komen geluiden die ons ook afraden goedgelovig te zijn. Uit de hoek van de bewustzijnstradities bijvoorbeeld. Zo zegt Osho, in "The book of understanding":
I do not believe in believing. My approach is to know, and knowing is a totally different dimension. It starts from doubt; it does not start from believing. The moment you believe in something, you have stopped inquiring. Belief is one of the most poisonous things to destroy human intelligence. 
Dus goedgelovigheid stopt het onderzoek, en daarmee blokkeert het onze intelligentie. Waarom vervallen we zo gemakkelijk in geloof en overtuiging, en stoppen we ons onderzoek? Jiddu Krishnamurti:
One of the things, it seems to me, that most of us eagerly accept and take for granted is the question of beliefs. I am not attacking beliefs. What we are trying to do is to find out why we accept beliefs; and if we can understand the motives, the causation of acceptance, then perhaps we may be able not only to understand why we do it, but also be free of it. One can see how political and religious beliefs, national and various other types of beliefs, do separate people, do create conflict, confusion, and antagonism - which is an obvious fact; and yet we are unwilling to give them up. 
Geloof geeft dus houvast. Dat doet de vraag rijzen: Is de overtuiging dat alles evidence based moet zijn in de basis een geloof? 

Beperkte wetenschap
Het lijkt mij, dat evidence based in essentie een geloof is, een geloof in zekerheid bijvoorbeeld.

De wetenschap heeft een methode ontwikkeld om consistentie in verschijnselen vast te stellen. Als onder dezelfde omstandigheden steeds hetzelfde resultaat bereikt wordt, dan is het waar. Alleen dan. Wat deze 'consistentie test' niet doorstaat is niet waar, en wordt uitgebannen uit de wetenschappelijke arena. Dat verklaart dat wat wetenschappers 'vage' onderwerpen noemen niet serieus genomen wordt door die wetenschappers. De wetenschappelijke methode kan er niks mee, dus is het onbelangrijk.

Dat laatste is een vreemde gedachtesprong. Als ik blind ben, en ik zie geen licht en donker, is het dan terecht dat ik het bestaan van licht en donker afwijs? Nee, want de blindheid is van mij. Licht en donker bestaan wel, maar ik kan ze niet zien. Op precies dezelfde manier kan de wetenschap heel veel dingen niet zien.

Het is juist de onwilligheid van hen die evidence based propageren om de beperking van hun blik te erkennen en onderzoeken, wat deze methode tot een geloofsovertuiging maakt.

Kritiek op de wetenschappelijke methode
Er zijn wetenschappers die onderwerpen hebben durven aansnijden die de test van de wetenschap met moeite (of niet) doorstaan. Denk aan Rupert Sheldrake (bioloog), David Bohm (natuurkundige), Carl Jung (psychiater), en Sigmund Freud (psychiater). Rupert Sheldrake bijvoorbeeld waagt het in een zeer informatieve TED Talk de fundamenten van de (natuur)wetenschap te betwijfelen (zie 'The science delusion').

In zijn veel geprezen boek 'Identiteit' (2012) bekritiseert psychiater Paul Verhaeghe eveneens de tegenwoordige neiging alles in wetenschappelijk beton te willen gieten, en signaleert hij daarbij tevens dat deze behoefte soms religieuze vormen aanneemt:
[...] binnen het scientistisch model denkt men alles te kunnen regelen naar het model van de natuurwetenschappen. Begrijp: instrumenteel-rationeel, onafhankelijk van de specifieke context, perfect beheersbaar en voorspelbaar met als toepassing protocollen die evidence based heten, 'gebaseerd op evidentie'. Vertaald in aristotelische termen: die protocollen zullen altijd en overal werken, want ze berusten op algemeen aanvaarde wetenschappelijke kennis. Merkwaardig genoeg bestaat er ondertussen zoiets als 'science wars', waarbij verschillende groepen wetenschappers elkaar bestrijden en elke groep zijn geloof staaft met hard cijfermateriaal. De evidence based wetenschap krijgt meer en meer de allures van een godsdienstoorlog, waarbij meerdere groepen lijnrecht tegenover elkaar staan, elk overtuigd van het eigen grote gelijk.
Conclusie: Geloof in twijfel
Een belangrijk kenmerk van geloofsovertuigingen is dat zij andere 'waarheden' resoluut afwijzen. In die zin zijn sommige wetenschappers fundamentalistisch. Ikzelf wijs alleen die pertinente afwijzing af, want die maakt dingen te zeker, en zekerheid is een illusie. Ik geloof dus in de bescheidenheid van de twijfel, en het blijven onderzoeken, vanuit de wetenschap dat we weinig weten.

Ik sluit af met een mooi filmpje, met de stem van natuurwetenschapper Richard Feynman: "When you doubt and ask, it gets a little harder to believe":